In de giftige jaren dertig (2030) was de vervuiling op zijn toppunt. De cynische houding van de grote Europese en Amerikaanse concerns maakte mensen over de hele wereld razend. Een aantal belangrijke imams kozen toen – hetzij uit sluwheid, hetzij uit bekommernis – openlijk de zijde van het ecologisch gemotiveerde verzet. Dat was het grote kantelmoment. Andere mohammedaanse leiders volgden. Het gevolg was een spectaculaire, nooit eerder geziene massabekering in Europa, Azië en Afrika. Plots openbaarde zich de macht van die gistende, veelkoppige, rusteloze godsdienst van het volk. Alleen de Islam kon zulke massa’s op de been brengen.
Overal braken gewelddadige anti-kapitalistische volksopstanden uit die, zoals in hun eigen Bruxl, leidden tot revolutionaire eco-islamitische regeringen. (Uit: “In de ban van het hart” blz. 155)