Dagboek van…

Dagboek van een flik’ is het goed geschreven ego-document van een tijdelijke en atypische politie-insider die ons een hoogst realistische blik gunt achter de schermen van een bureau dat in een moeilijke wijk aan ordehandhaving moet doen. Het is vooral die onopgesmukte, rechttoe-rechtaan aanpak die het boek tot een stevige aanrader maakt en dat veel lezers verdient, zeker omdat het hier over een moedige uitgave in eigen beheer gaat.

Achttien jaar lang was Bert Gorissen dierenarts in Afrika en Zuid-Amerika. Op zijn 52ste keerde hij met zijn gezin terug naar België. Hij kon in Thailand gaan werken aan de bestrijding van vogelgriep, maar bedankte. “Dat was veel toffer geweest”, bekent Gorissen. “Maar ik wilde mijn schrijversdroom die ik al had sinds mijn tiende niet opgeven. Het boek zou er nooit gekomen zijn. Bovendien had ik alleen naar Thailand moeten reizen, want mijn kinderen gingen toen naar de universiteit. Ik zou mijn gezin hebben moeten achterlaten.”

Hoewel zijn moeder en heel wat vrienden en kennissen hun wenkbrauwen fronsten bij zijn late en verrassende carrière-switch, bleef zijn vrouw achter zijn keuze staan. “Gelukkig maar, want in het begin heb ik echt gezweet.”

Scherpe taal

Eerst wilde hij postbode worden, zolang hij maar met mensen in contact kon komen. Maar toen zag zijn vrouw een advertentie voor politieagent. “Daar staat geen leeftijd op, al was ik wel de oudste van de opleiding. Ik was ‘den bompa’ van de bende, maar mijn fysieke conditie was wel prima”, lacht hij.

Hij had als flik graag in de Marollen gestaan. “Dat is een kleurrijke wijk, een mix van culturen met een unieke sfeer en minder criminaliteit. Maar ik kreeg de rotste wijk van Brussel, achter het Anneessensplein. Mijn voorganger bleek in de cel te zitten en er was geen enkel dossier meer ter beschikking. Ik moest van nul beginnen.”

Het eerste anderhalf jaar moest Bert Gorissen vooral met een patrouillewagen rondrijden, maar dat was hij snel beu. “Ik heb ontslag genomen en een week later kwam er een plaats vrij als wijkagent. Dat was meer wat ik zocht. Je staat veel dichter bij de mensen en daar was het mij om te doen.”

Voor schut

Makkelijk was het niet. “Veel burgers kijken neer op de politie. Het is dubbel. Als ze je nodig hebben, dan ben je goed, anders zetten ze je voor schut. Iedereen liegt tegen je, zelfs de slachtoffers. Het is ook een echte machowereld. Dat heb ik in het boek proberen weer te geven.”

Gorissen heeft in zijn dagboek niet aan zelfcensuur gedaan. “Het is zoals ik het toen heb neergeschreven. Wel zijn alle namen veranderd en zijn sommige personages opgebouwd uit karaktertrekken van collega’s. Maar de gebeurtenissen zijn echt.”

En die waren niet min. “Ik heb mensen zien kapotgaan. Zo kreeg een vrouw die over nachtlawaai klaagde, heel wat verbale agressie te verduren. Er werd stront op haar deur gesmeerd, maar ze kon er niet weg want had de middelen niet. Handelaars zagen hun winkels failliet gaan. Zo kwam ik op zekere dag een winkelier tegen met twee jerrycans vol benzine. Hij ging het stadhuis in brand steken. Hij barstte in tranen uit, werd zot van het tuig dat telkens zijn etalageraam ingooide. Ik kon hem uiteindelijk toch bedaren.”

Bange momenten

Met de jaren kreeg hij wel meer zelfvertrouwen, maar Gorissen is niet te beroerd om toe te geven dat hij ook bange momenten heeft gekend. “Vooral als je wordt ingesloten door een groepje. In het begin voel je je daar erg ongemakkelijk bij. Ik hield mijn wapen altijd goed vast. Maar na verloop van tijd behoor je als wijkagent ook tot een groep en uiteindelijk is dat groepsgevoel zodanig ontwikkeld dat die wetenschap al voldoende was om meer moed en zelfvertrouwen te hebben.”

Toch was het voor Bert Gorissen na acht jaar goed geweest. Het duurde zes jaar om zijn boek af te werken. “Ik heb 26 dagboeken geschreven. Ik verbleef tijdens de week op een studio in Brussel om te schrijven. Ik zou te veel in twee werelden hebben geleefd. Thuis had ik niet kunnen neerpennen wat ik in Brussel beleefde. Ik moest dat daar doen. Het was trouwens een van de gelukzaligste momenten, telkens wanneer ik van het werk op de studio kwam en kon gaan schrijven.”

Bitterheid

Hij mag dan al zes jaar met pensioen zijn, hij kan de job in Brussel niet van zich afschudden. “Eens flik altijd flik. Je hebt een bepaald oog, een feeling ontwikkeld die je nooit meer verliest. Ik ben meer ongerust dan andere mensen. Soms is het echt vervelend. Dan zit je op de tram of trein en zet zijn voeten op de zetel zetten, of zie je een bepaalde situatie zich ontwikkelen. Dan moet je tussenbeide komen.”

Er is ook een zekere bitterheid blijven kleven.

“Ik heb gezien dat ons systeem vierkant draait. Politieagenten worden niet gesteund door de politiek. Je pakt dieven op en twee uur later staan ze je op straat uit te lachen.”

Apathisch

“Ik heb tijdens de opleiding veel gemotiveerde agenten gezien. Toen ik ze vier jaar later tegenkwam, bleef er niets van over. Ze waren apathisch en cynisch. Ik heb veel culturen gezien in Afrika en Zuid-Amerika. Wat juist eigen is aan een cultuur, is dat het een verzameling is van afspraken, rites, dogma’s en taboes die een bepaalde gemeenschap toelaat om op een vredelievende manier samen te leven.”

“Maar in Brussel lukt het niet zo goed. Daar neemt de agressie juist toe. De multiculturaliteit heeft het sociale weefsel kapotgemaakt. De mensen daar willen ook een normaal leven. Zelfs de hangjongeren worden groot en willen zich settelen met een gezin. Ik hoop dat het er mettertijd opnieuw leefbaar wordt.”

Nuttige links:

Filosofische flik Bert Gorissen doet westerse democratie en ontwikkelingssamenwerking in Afrika de broek af

Een amateur- antropoloog (Uitpers)

flik-schrijft-dagboek-over-zijn-wijk

cultuursmakers

bruzz

hbvl

nieuwsblad

GvA